NIEUWS VAN VOORVAART ADVOCATUUR

Lees hier ons laatste Nieuws

Algemene voorwaarden (2): battle of forms

Eerder werd op deze website geschreven over de vraag wanneer u gebonden bent aan algemene voorwaarden waarop de gebruiker ervan zich beroept. Een specifieker probleem dient zich aan wanneer er twee partijen zijn die beide hun algemene voorwaarden op een overeenkomst van toepassing willen verklaren. Met name bij overeenkomsten tussen zakelijke partijen zal dit niet zelden voorkomen.

Indien beide partijen bij een overeenkomst naar hun eigen algemene voorwaarden verwijzen, spreekt men van een zogenaamde “Battle of Forms”. De vraag dient zich dan aan welke voorwaarden van toepassing zijn.

Een overeenkomst komt tot stand door een aanbod van de ene partij en aanvaarding van dat aanbod door de andere partij. De wettelijke regeling in geval van strijdige algemene voorwaarden knoopt hierbij aan (artikel 6:225 lid 3 Burgerlijk Wetboek):

“verwijzen aanbod en aanvaarding naar verschillende algemene voorwaarden, dan komt aan de tweede verwijzing geen werking toe, wanneer daarbij niet tevens de toepasselijkheid van de in de eerste verwijzing aangegeven algemene voorwaarden uitdrukkelijk van de hand wordt gewezen.”

In Nederland wordt dus voorrang gegeven aan de voorwaarden die bij het eerste aanbod van toepassing worden verklaard op de overeenkomst. Van belang voor toepassing van deze “first shot rule” is dat de woorden “aanbod” en “aanvaarding”  uit artikel 6:225 lid 3 Burgerlijk Wetboek niet te strikt moeten worden opgevat. In de jurisprudentie is bepaald dat de eerste verwijzing bijvoorbeeld al plaatsvinden kan bij een uitnodiging tot het doen van een aanbod, waarmee de eigenlijke aanbieder voor toepassing van het wetsartikel als tweede verwijzer wordt aangemerkt. (zie HR 13 juli 2001, ECLI:NL:HR:2001:ZC3632, rechtsoverweging 3.5).

Hoofdregel in Nederland is de hierboven besproken first shot rule. Let echter op de tekst uit het tweede deel van art. 6:225 lid 3 BW: “ […] wanneer daarbij niet tevens de toepasselijkheid van de in de eerste verwijzing aangegeven algemene voorwaarden uitdrukkelijk van de hand wordt gewezen.” Degene die het aanbod aanvaard is dus niet (per se) gebonden aan de algemene voorwaarden van de aanbieder indien deze de voorwaarden uitdrukkelijk verwerpt.

Indien degene die het aanbod accepteert de voorwaarden van de aanbieder uitdrukkelijk van de hand wijst, valt men terug op de situatie van art. 6:225 lid 1 en 2 BW. In dergelijke gevallen is het stelsel van art. 6:225 lid 1 als lid 2 alsnog van toepassing, waarbij afhankelijk van de vraag of beide sets algemene voorwaarden op ondergeschikte punten afwijken (lid 2) of niet (lid 1), de regeling van lid 2 respectievelijk lid 1 van art. 6:265 BW geldt.